Posts tonen met het label onderzoek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label onderzoek. Alle posts tonen

maandag 22 januari 2024

1009. Bijzondere voorwaarden bij v.i.

Rapport van de procureur-generaal bij de Hoge Raad over de bijzondere voorwaarden die het openbaar ministerie stelt bij de voorwaardelijke invrijheidsstelling van gedetineerden (januari 2024, 210 pagina's).


Blz. 31, 44, 138, 141, 178, 181.

zaterdag 15 juli 2023

987. Vergelijkend onderzoek Italiaans 41-bis regime

In opdracht van het WODC door de EUR en de VU uitgevoerd onderzoek naar het bijzondere, extra strenge gevangenisregime in Italië (2023, 214 pagina’s).

maandag 29 november 2021

903. De aanpak van de schuldenproblematiek

Een Justitiële Verkenning van het WODC (mei 2020, 114 pagina's) over ontwikkelingen in de hulp bij problematische schulden. Naast interessant voor de algemene ontwikkeling relevant vanwege de link met het inningsbeleid van het CJIB en de werkzaamheden van de reclassering op de basisvoorwaarde schulden.

dinsdag 26 november 2019

822. De zucht naar vrijheid

Onderzoek naar de strafbaarstelling van het schenden van bijzondere voorwaarden en het elektronisch toezicht en van het ontvluchten uit detentie, in opdracht van het WODC uitgevoerd door de Vrije Universiteit Amsterdam (2019, 270 pagina’s). Huiselijk gezegd was de aanleiding: waarom is ontsnappen uit de gevangenis of het doorknippen van een enkelband nu toch niet strafbaar?

zondag 13 oktober 2019

817. Verhoging strafmaximum moord; is veertig het nieuwe dertig?

Onderzoek van de Erasmus Universiteit Rotterdam in opdracht van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (2019, 205 pagina’s) om antwoord te krijgen op de vraag:
Is het vanuit juridisch, wetssystematisch perspectief verantwoord de maximale tijdelijke gevangenisstraf voor moord te verhogen van dertig naar veertig jaar?

Gedegen, afgewogen rapport met interessante inzichten.

maandag 19 november 2018

786. Betrouwbaar onderzoek

Het rapport van de onderzoekscommissie WODC I inzake de deugdelijkheid van drie drugsonderzoeken (2018, 142 p.) uit professionele interesse gelezen (deels als sleutelroman). De eindconclusie dat er soms wel invloed is uitgeoefend, maar dat dit de betrouwbaarheid en juistheid van de onderzoeken niet negatief en misschien zelfs positief heeft beïnvloed wordt afdoende onderbouwd en stemt gerust. Was ook nuttig leesvoer voor eventuele eigen betrokkenheid bij toekomstig onderzoek.


zondag 14 oktober 2018

779. Juridische haalbaarheid van voorgestelde oplossingen voor de weigeraarsproblematiek omtrent tbs-oplegging

De Erasmus Universiteit Rotterdam heeft onderzoek gedaan naar juridische haalbaarheid van 12 oplossingen die zijn voorgesteld voor de problematiek van de verdachten die weigeren mee te werken aan gedragskundig onderzoek naar een stoornis om zo (te proberen) te voorkomen dat tbs (met dwangverpleging) wordt opgelegd (2018, 100 p.). De onderzoekers zijn niet de minsten binnen het tbs-veld (Mevis, Struijk, Van der Wolf, Bleichrodt, Van Marle).

De volgende voorstellen zijn beoordeeld:
1. Het voorstel van de Autoriteit Persoonsgegevens, gedaan in het kader van de doorbreking van het medisch beroepsgeheim in de Wet forensische zorg, om de rechter de weigering mee te laten wegen in het vonnis, en op grond daarvan een andere rechter in een nieuwe procedure alsnog tbs te laten opleggen. Als sub-variant is gekeken naar een toevoeging aan dit voorstel van SP en PvdD om de (eerder weigerachtige) veroordeelde zelf tijdens detentie te kunnen laten verzoeken om een tbs-maatregel.
2. Het voorstel van de Kamerleden Van Oosten/Kuiken om de rechter de mogelijkheid te geven om ‘aansluitend aan detentie’ na maximaal 2 jaar observatie tijdens detentie alsnog tbs op te leggen. Dat zou dan een nieuwe rechterlijke beslissing zijn door een tweede rechter.
3. Twee fasen-proces: eerst wordt de schuld aan het strafbare feit door de rechter vastgesteld, aansluitend wordt de veroordeelde psychiatrisch onderzocht en/of voor observatie in het Pieter Baan centrum gestuurd. De redenering is dat de veroordeelde meer geneigd zal zijn om mee te werken aan de observatie.
4. De oplegging van een tbs-maatregel koppelen aan het recidiverisico (en dus het gevaar) en niet aan de stoornis.
5. Het weigeren mee te werken aan het psychiatrisch onderzoek en/of observatie leidt automatisch tot het opleggen van de tbs-maatregel.
6. Het weigeren mee te werken aan het psychiatrisch onderzoek en/of observatie leidt bij de strafoplegging tot de maximale gevangenisstraf.
7. Kan het meewerken aan het Pieter Baan Centrum onderzoek verplicht worden gesteld?
8. Vereis niet langer ‘doorwerking van de stoornis ten tijde van het delict’.
9. Laat de rechter zich baseren op “vermoeden van” een stoornis bij het opleggen van een tbs-maatregel.
10. Voeg een psychiater toe aan het rechtscollege in zaken waarin de oplegging van de tbs-maatregelen mogelijk aan de orde is.
11. Pas artikel 37a aan in die zin dat een rechter ook zonder medewerking van de betrokkene gebruik kan maken van ‘een ander advies of rapport’, dat dan ook niet alleen gebaseerd hoeft te zijn op de actuele situatie of het huidige gedrag van de betrokkenen, zoals de letter van de wet lijkt te suggereren.
12. Voorlopige tbs-maatregel; wanneer een verdachte blijft weigeren, legt de rechter indien het tot ene veroordeling komt, naast straf een voorlopige tbs op voor een onbepaalde tijd totdat de veroordeelde wel mee werkt. Na ontvangst van de bevindingen beslist de rechter over het opleggen van een tbs-maatregel en heft de rechter de voorlopige tbs-maatregel op.

Op 8 oktober 2018 heeft de Minister voor Rechtsbescherming dit rapport en het onder het vorige nummer beschreven WODC-onderzoek aangeboden aan de Tweede Kamer, met in de brief de daaruit voortvloeiende maatregelen.

778. Vijftien jaar weigerende verdachten in het Pro Justitia onderzoek

Door het WODC uitgevoerd onderzoek (2018, 147 pagina's) over weigerende verdachten in het Pro Justitia (PJ-)onderzoek beoogt een bijdrage te leveren aan de oplossing van de problematiek van de weigerende verdachten. Weigerende verdachten zijn personen die niet willen meewerken aan gedragskundig onderzoek, ook wel weigerende observandi genoemd. PJ-onderzoek is gedragskundig onderzoek door een psycholoog, psychiater of beiden in opdracht van de officier van justitie, de rechter-commissaris of de rechtbank.

Verschillende aspecten van de weigerende verdachten zijn tot dusver onbekend gebleven, het onderhavige onderzoek heeft als doel deze te analyseren en vast te stellen. De doelstellingen van het onderzoek zijn:
- Zicht krijgen op de prevalentie van weigeren: het aantal verdachten dat medewerking weigert aan PJ-onderzoek (de weigerende verdachten) in de afgelopen vijftien jaar.
- Analyseren van de mate waarin weigeren doorwerkt op het beantwoorden van de PJ-vragen.
- In kaart brengen van de informatiebehoefte van officieren van justitie (OvJ’s) en rechters om in geval van een weigerende verdachte te kunnen komen tot een passende strafeis respectievelijk een passende beslissing.
- Bepalen welke afdoening, straf of maatregel, wordt opgelegd aan een weigerende verdachte.
- Onderzoeken van de motiveringen die de rechter gebruikt ter onderbouwing van zijn afdoening in zaken met een weigerende verdachte.

zondag 1 juli 2018

768. Evaluatie Wet voorwaardelijke sancties en Wet vrijheidsbeperkende maatregel

Eerder - in 2012 - schreef ik al over de Wet rechterlijke vrijheidsbeperkende maatregel, nu is deze wet geëvalueerd, samen met de Wet voorwaardelijke sancties (2018 95 blz.).

De Wvm wordt niet vaak toegepast, maar er is tussen 2012 en 2016 wel een duidelijke toename te zien tot 155 in 2016, met daarna weer een beperkte daling. Het grootste deel, rond de 80 procent, van de maatregelen is dadelijk uitvoerbaar bevolen, waardoor de bescherming van de samenleving snel na het vonnis ingaat. De maatregel is niet overal even goed bekend; voor zover officieren van justitie en rechters ermee bekend zijn, zien ze een duidelijke meerwaarde ten opzichte van de Wvs. Als groot voordeel van de maatregelen in de Wvm boven de bijzondere voorwaarden uit de Wvs geldt dat de maatregelen ook na schending door de justitiabele (en het eventueel ondergaan van vervangende hechtenis) van kracht blijven en dat de bescherming van de samenleving daarmee van kracht blijft. Daarentegen komt een bijzondere voorwaarde te vervallen als een dader na schending de voorwaardelijke straf ondergaat (die veelal korter zal zijn dan de proeftijd). Hiermee wordt de samenleving minder lang beschermd tegen recidive. Dat elektronisch toezicht bij de controle op de naleving van de maatregelen niet mogelijk is, wordt door de ketenpartners als logisch ervaren, aangezien het om een maatregel en niet om een straf gaat.

[...] de Wvm voorziet in een behoefte. Het is, zoals bij de introductie verwacht werd, een weinig toegepaste maatregel voor bijzondere situaties, waarin (andere) sancties niet passen. De toepassing verschilt per arrondissement. Dit verschil is mogelijk gerelateerd aan het beperkte zicht op de meerwaarde van de Wvm, hetgeen samenhangt met de relatieve onbekendheid van de sanctiemogelijkheid.

zondag 11 juni 2017

721. Wordt vervolgd & Beproefd verzet

Op maandag 29 mei 2017 zijn door de procureur-generaal bij de Hoge Raad twee rapporten over de toepassing van de strafbeschikking aangeboden aan de Minister van Veiligheid en Justitie.

Het eerste rapport is een vervolg op het rapport “Beschikt en gewogen” uit 2014 en heeft als pakkende titel “Wordt vervolgd: Beschikt en Gewogen” meegekregen (41 pagina’s). Het oordeel is positief over de serieuze opvolging die het openbaar ministerie heeft gegeven aan de eerdere conclusies en aanbevelingen. De openblijvende kritiekpunten zien vooral op de ondertekening en registratie van de strafbeschikking en vervolgstukken.

Het tweede rapport, “Beproefd verzet” ziet op het verzet dat wordt gedaan tegen uitgevaardigde strafbeschikkingen (146 pagina’s). Meest in het oog springende conclusie is hier de redelijk termijn van twee jaar overschrijdende tijd die het openbaar ministerie (te) vaak nodig heeft om te beslissen op verzet. Onder de diverse andere aanbevelingen ook de nodige die zien op het kunnen zien wie beslissingen neemt door ondertekening en registratie.

vrijdag 19 december 2014

589. Rechtspraakdata: open, linked en big

In dit periodiek van de Raad voor de rechtspraak (54 p.) staat een interessant hoofdartikel van Marc van Opijnen over data over rechtspraak.


Om te onthouden is handig het verschil tussen a) open, b) linked en c) big. Open data (a) duidt op de vrije beschikbaarheid van ruwe data, in het bijzonder overheidsdata. Niet op de wijze van publicatie, maar op de beschikbaarheid voor hergebruik door anderen. Om ‘linked’ (b) te zijn moet zijn voldaan aan drie voorwaarden: machineleesbaarheid, unieke en persistente uniform resource identifiers (URI’s) en links naar andere data. En linked betekent niet altijd open. Big data (c) ‘is high-volume, high-velocity and high-variety information assets that demand cost-effective, innovative forms of information processing for enhanced insight and decision making’.

Hoe maak je rechtspraak dan toegankelijk? European Case Law Identifier (ECLI) als standaard in Europa, identificatie van wet- en regelgeving en andere bronnen om goed (permanent) naar te kunnen verwijzen, via links, en dan het liefst zwaartepunt bij de belangrijkste uitspraken. Hierover volgt een plausibel verhaal over hoe zwaarte wordt toegekend in de verschillende fase na de uitspraak. Beetje jammer is dat het allemaal nog in een onderzoeksomgeving is gebeurd, maar de toekomst lonkt.

vrijdag 28 november 2014

587. Big data, digitalisering, startinformatie

Drie werkgerelateerde studies:
a. risicogericht toezicht, profielinformatie en Big Data door Bart Custers in het Tijdschrift voor toezicht 2014 (5), 8 pagina's.
b. Startinformatie in het strafproces door Sven Brinkhoff, samenvatting proefschrift 14/11/2014, 10 pagina's.
c. WODC-rapport Digitalisering in strafrechtketens (2014, 282 pagina's).
Over het WODC-rapport uitgevoerd door de Rijksuniversiteit Groningen neem ik graag wat meer op. Het rapport gaat in op digitaliseringservaringen in Denemarken, Engeland, Oostenrijk en Estland vanuit een supply chain perspectief. Onder een supply chain wordt verstaan het geheel van organisaties die gezamenlijk werken aan de totstandkoming van een product of dienst. Het ultieme doel van een dergelijke keten is ‘afstemming van de lever- en afleverrelaties’. Cruciaal daarvoor is goede uitwisseling van informatie. Het rapport gaat er niet echt op in, maar mij lijkt voor de strafrechtsketen relevant is dat in het strafrecht geen concurrentie tussen de ketenpartners zou hoeven te bestaan. Transparantie en informatie-uitwisseling zou uitgangspunt moeten kunnen zijn. Enkele relevante punten: - Basiskeuze: herontwerp van deelprocessen, interfaces of interne processen vs. een min of meer handhaven van bestaande werkprocessen of systemen en concentratie op de interfaces. De onderzochte landen laten op dit punt zien dat handhaven de dominante keuze is. De taakverdeling tussen de ketenpartners wordt door de digitalisering niet gewijzigd, wel wordt de koppeling sterker. - Een integrale ketenbenadering moet. Elke partner in de strafrechtketen zal zich moeten realiseren dat een volgende ketenpartner bepaalde informatiebehoeften heeft waaraan de eerdere partner in de keten moet bijdragen. Elke ketenpartner zal zich dus moeten verplaatsen in de vervolg van de keten en de (informatie)behoefte die daar is. Daarbij kan nog worden opgemerkt dat het ook zou moeten gaan om het denken over de informatiebehoefte terug in de keten (bijv. afloopberichten; is dat dan backward control?). - Ketenperspectief moet ook inhouden dat ketenpartners dienen te worden beloond voor het gedrag dat optimaal is voor de keten als geheel (het meerwerk aan het begin, ontlast de keten als geheel). - Een belemmering bij invoering van een ketenbenadering in de strafrechtketen is dat de diverse partners - historisch en vanuit de gedachte van autonoom werkende organisaties - veelal denken vanuit de eigen organisatie en hiërarchie, eigen doelstellingen, eigen budgetten en werkprocessen. - De onderzochte landen laten zien dat standaardisatie in informatieoverdracht cruciaal is. In elk geval op dat punt een ketenarchitectuur. - Opvallend is dat in veel landen de papieren stroom ook blijft bestaan (papier = origineel), in elk geval start is dus dubbele systemen. - Niet het doel van de digitalisering bepaalt het succes, maar de juiste ICT-ondersteuning en projectorganisatie, en het waarborgen van het eigen karakter van de ketenpartners. - Verantwoordelijkheid voor de digitalisering verschilt, ministerie of ketenpartners (m.n. OM, als eerstverantwoordelijke voor strafdossier). Bepalend is projectmanagement, en regie en betrokkenheid vanuit het ministerie. - In alle landen blijkt de afstemming met en digitalisering van informatie-uitwisseling met de rechtbank in de praktijk lastig te verlopen. - Advocaten en burgers hobbelen achter de digitalisering binnen de keten aan, worden gelijmd door (financieel) te belonen als er digitaal zaken wordt gedaan. - Bouw voor de ICT-systemen vooral niet iets unieks nieuws, maar start met bestaande, bewezen systemen. - Bekend motto is volgens mij “eerst organiseren, dan automatiseren”. Dat motto zegt niets over de wetgeving die soms ook gewijzigd moet worden voordat digitaal kan worden gewerkt. Met (ruime) interpretatie van de wet kan veelal veel, wetgeving aanpassen op het moment dat nodig is. Motto kan dus aan het einde worden aangevuld met “en parallel wetgeven”. - Veiligheid van de systemen staat niet altijd voorop in de onderzochte landen: pragmatische overwegingen overheersen, zeker binnen de keten zelf. - De functie van het strafdossier beïnvloedt sterk in welke mate er behoefte is aan zaken als (digitale) handtekening en waarborgen (authenticiteit, integriteit of compleetheid van informatie). - “Eenmalige opslag, meervoudig gebruik” ook in andere landen uitgangspunt om data niet meer dubbel te hoeven invoeren of bij te houden. - Meest handig lijkt te zijn om bestaande systemen te gebruiken maar te zorgen voor bevraging door ketenpartners (o.b.v. bijvoorbeeld een uniek nummer). - Acceptatie en gebruik van de digitalisering volgt niet zozeer uit de uitkomsten van het gebruik, maar uit de mate van gebruik! - Negatieve ervaringen kleven niet aan de digitalisering zelf, maar aan de wijze van totstandbrenging (gebrekkig gemaakte keuzes, ontbreken visie en ondersteuning, commitment leiding, etc.). - Doelen digitalisering zijn te voorspellen: kostenreductie, efficiëntie, dienstverlening aan de burger, versnellen procedure, kwaliteitsverbetering, managementinformatie. - Algemene (en te begrijpen) notie: digitalisering van de strafrechtsketen blijft achter bij digitalisering van andere overheidsdiensten.

zondag 10 augustus 2014

571. Toegankelijkheid van het recht

Justitiële Verkenningen nr. 1 van 2014 (maart 2014, 134 pagina's). Een ieder heeft recht op een eerlijke en openbare behandeling van zijn zaak, binnen een redelijke termijn, door een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat bij de wet is ingesteld (6 EVRM). Hoe krijgt dit recht vorm in Nederland, zonder de kosten eindeloos te laten stijgen? De toegang tot de rechter mag geen luxegoed worden, tegelijk wordt er actief naar buitengerechtelijke alternatieven gekeken om doelmatiger tot bevredigende oplossingen voor problemen te komen zoals eerder direct contact overheid-burger, mediation, zelfhulp, Juridisch Loket, online geschillenbeslechting, buitengerechtelijke afdoening in het strafrecht. Hiermee moeten onder meer kosten van gesubsidieerde rechtsbijstand worden gedrukt. Tegelijk is er echter het Salduz-arrest dat heel Europa dwingt tot het bieden van juridische bijstand aan verdachten tijdens hun verblijf in het politiebureau (wat overal verschillend concreet wordt ingevuld).

maandag 30 december 2013

536. Gender (h)erkennen in recht en criminaliteit

Gendervraagstukken, het thema van deze Justitiële Verkenning van het WODC (JV 5|2013, 130 pagina's), houden me niet echt actief bezig. Na lezing van deze vooral inventariserende verkenning is me in elk geval (weer) ingescherpt dat er ook in sekse gradaties bestaan en dat daarmee - met een open mind - rekening mee moet worden gehouden, ook in de rechtshandhaving. Dat is trouwens het aardige van het lezen van deze publicatiereeks, je krijgt in een keer de laatste ontwikkelingen rondom een relevant thema mee, wetenschappelijk verantwoord, maar toch toegankelijk opgeschreven. Kudos.


(cirkel)definities uit de inleiding:
sex = lichamelijke classificatie bij de geboorte
sex category door social membership = de toekenning van een geslacht op basis van het lichaam en sociale verwachtingen
gender = toekenning van gender en de bevestiging en invulling daarvan door gedrag

zondag 2 juni 2013

492. Aard, omvang en handhaving van beschermingsbevelen in Nederland (2)


Dit betreft een onderzoek van de Universiteit van Tilburg naar de aard, omvang en handhaving van beschermingsbevelen in Nederland (in opdracht van WODC; 2013, 88 pagina's). Het eerder gelezen eerste deel ging over de juridische modaliteiten van gebiedsverboden, contactverboden en meldplichten. De conclusies van het tweede deel zijn overzichtelijk terug te vinden in de tabellen in de conclusie (p. 75).

Verder opmerkenswaardig:
- beschermingsbevelen worden voornamelijk aan mannen opgelegd;
- vaak is er sprake van een (verkeerd geëindigde) affectieve relatie, bij de voorwaardelijke invrijheidstelling zijn de veroordeelde en de beschermde vaker onbekenden van elkaar;
- een beschermingsbevel is er vaak een in een reeks (recidive, gebrekkige handhaving);
- een internationale dimensie is er vrijwel nooit;
- handhaving is van cruciaal belang en vaak lastig;
- het opgelegde beschermingsbevel is niet altijd helder afgebakend;
- verschillende rechtbanken hanteren verschillende formuleringen en 'dreigingen' bij overtreding van het beschermingsbevel;
- de registratie van de verschillende modaliteiten verschilt en is zelden sluitend.

vrijdag 17 mei 2013

488. Beter richten

Onderzoek van de Raad voor de Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming naar de pilot Bestuurlijke Informatievoorziening justitiabelen (BIJ)(april 2013, 60 pagina's). Door BIJ worden burgemeesters geïnformeerd over de terugkeer van ernstige gewelds- en zedendelinquenten naar hun gemeente, met vermelding van het gepleegde misdrijf. Dit biedt burgemeesters de gelegenheid om - indien nodig - maatregelen te treffen om verstoringen van de openbare orde en veiligheid te voorkomen. Zie ook dit eerdere bericht op deze blog.



zondag 3 februari 2013

466. Benjamin Franklin

Eens in de zoveel tijd lees ik een (auto)biografie van een Groot Mens. Als ik kijk naar het rijtje sinds de start van dit blog - Karl Marx, Jan Timman (over diverse schakers), Viktor Kortsnoj, Adolf Hitler, Leon Trotsky, Richard Oppenheimer, Aaron  Burr, Wilhelm von Habsburg, Tila Tequila, Napoleon, Thomas Buergenthal - zie ik vooral staatsmannen, natuurwetenschappers en schakers. Benjamin Franklin was alle drie (en waarschijnlijk ook geïntrigeerd door Tila), dus deze biografie beloofde wat. Geschreven door Edmund S. Morgan, uitgegeven in 2002 door de Yale University Press, met zijn 342 pagina's aangeduid als korte biografie.

Franklin en het boek teleurstellen niet, een interessant, inspirerend mens, levende in een buitengewoon interessante tijd (de 19de eeuw), op buitengewoon interessante plaatsen (Amerika, Londen, Parijs). Wat heb ik geleerd over hem? Hij was een self-made man die zijn kapitaal maakte als drukker en als uitvinder. Zijn onderzoek aan elektriciteit was daadwerkelijk relevant, niet alleen de karikatuur van de man met de vlieger in de storm. Zijn wetenschappelijk werk was altijd heel praktijkgericht, zoals bliksemgeleiders, open haarden, plaatsing van zeilen op zeilboten, de negatieve effecten van lood op de gezondheid, de warme golfstroom. Vanaf zijn vroege jaren was Franklin betrokken in doelgerichte sociale netwerken. Clubs vrienden die elkaar en de samenleving verder helpen, collectieve verzekeringen, private brandweer en militia, et cetera. De politiek moest dienstig zijn aan die collectieve burgerbelangen. Politiek was duidelijk een middel voor hem, nooit een doel. Misschien daarom trad hij ook zo min mogelijk op de voorgrond, zeker als de zaken reeds in de door hem gewenste richting gingen. Hij plaatste zijn leven in dienst van de publieke zaak. Het grotere, publieke belang was ondergeschikt aan de eigen opvattingen. Hij was een scherpe waarnemer en een innemend mens, die echter nooit het achterste van de eigen tong liet zien. Hij leefde dus vanuit principes en overtuigingen (en had het geld om dit vol te houden). Tot op hoge leeftijd zette hij zich in voor het idee Amerika. Eerst was het doel een met Engeland gelijkwaardig onderdeel van een groter rijk te worden, later wordt dit een strijd om onafhankelijkheid. Hij vertegenwoordigde Amerika hiervoor in London en Parijs. Omdat dit zo'n belangrijk onderdeel van zijn leven was, is de biografie overigens voor grote delen meer een beschrijving van de totstandkoming van de Verenigde Staten van Amerika, dan een persoonlijke kijk op zijn leven.

De dertien deugden van Benjamin Franklin
 
1. Temperance
Eat not to dullness; drink not to elevation
2. Silence
Speak not but what may benefit others or yourself; avoid trifling conversation.
3. Order
Let all your things have their places; let each part of your business have its time.
4. Resolution
Resolve to perform what you ought; perform without fail what you resolve.
5. Frugality 
Make no expense but to do good to others or yourself; i.e., waste nothing.
6. Industry
 Loose no time; be always employ'd in something useful; cut off all unnecessary actions.
7. Sincerity
Use no hurtful deceit; think innocently and justly, and if you speak, speak accordingly.
8. Justice
Wrong none by doing injuries, or omitting the benefits that are your duty.
9. Moderation
Avoid extremes, forbear resenting injuries so much as you think they deserve.
10. Cleanliness
Tolerate no uncleanliness in body, cloaths, or habitation.
11. Tranquility
Be not disturbed at trifles, or at accidents common or unavoidable.
12. Chastity
Rarely use venery but for health or offspring, never to dullness, weakness, or the injury of your own or another's peace or reputation.
13. Humility
Imitate Jesus and Socrates

zaterdag 12 januari 2013

463. Modaliteiten van betekening in rechtsvergelijkend perspectief

Betekening houdt in het strafrecht in dat gerechtelijke stukken op een bij de wet voorgeschreven wijze moeten worden bekend gemaakt aan een verdachte of veroordeelde. Als hierbij de wettelijke voorschriften niet worden gevolgd, kan een zitting niet plaatsvinden of kan een bij opgelegde straf niet ten uitvoer worden gelegd. Dit dient vooral als rechtsbescherming van de betrokkene; deze moet immers op de hoogte zijn van de (volgende stap) tegen hem lopende zaak om zich te kunnen verdedigen (recht op een 'fair trial'; artikel 6 van het EVRM). De overheid zal zich dus moeten inspannen om gerechtelijke mededeling bij de betrokkene te krijgen. Het kan aan de andere kant natuurlijk niet zo zijn dat de verdachte de rechtsgang kan frustreren door stug geen stukken in ontvangst te nemen en nooit te verschijnen. In veel zaken zal dit geen problemen opleveren (keurige mensen, met een GBA-adres), maar in andere zaken zullen verdachten er alles aan doen de zaak te frustreren. Het op zich technische onderwerp van de 'betekening' is hiermee mede bepalend voor de effectiviteit van de strafrechtspleging.

In opdracht van het Ministerie van Veiligheid en Justitie (WODC) heeft de Erasmus Universiteit Rotterdam (professor P.A.M. Mevis, dr. J. Verbaan e.a.) onderzoek gedaan naar betekening in Belgie, Duitsland, Engeland / Wales, Noorwegen en Zwitserland (september 2012, 210 pagina's). Doel van het onderzoek is om door deze rechtsvergelijking te komen tot nieuwe inzichten voor effectieve betekening, met voldoende rechtswaarborgen. In het bijzonder is gekeken naar mogelijkheden van elektronische betekening. Op de pagina's 172 en 173 van het rapport staan de onderzochte landen schematisch samengevat. Op 196 en 197 staan de (interessante) aanbevelingen. Ik was lid van de begeleidingscommissie.

woensdag 21 november 2012

441. Aard, omvang en handhaving van beschermingsbevelen in Nederland (1)

Dit recente onderzoek van INTERVICT (september 2012,110 pagina’s) in opdracht van het WODCnaar het wettelijk kader en de handhaving van “iedere beslissing, voorlopig of definitief, genomen in het kader van een civiel-, strafrechtelijk- of bestuursrechtelijke procedure, waarbij, ter bescherming van een persoon tegen een handeling die zijn leven, fysieke of psychologische integriteit, waardigheid, persoonlijke vrijheid of seksuele integriteit in gevaar kan brengen, gedragsregels (verboden of geboden) worden opgelegd aan een volwassen persoon”, geeft een nuttig overzicht van de verschillende modaliteitenin het Nederlandse recht (zie voor de strafrechtelijke modaliteiten pagina 26). De studie is daarnaast vooral relevant door de beschrijving die wordt gegeven van de handhaving van de verschillende beschermingsbevelen. Deze praktijk blijkt redelijk divers en noodgedwongen vaak meer reactief dan proactief: pas als degene die wordt beschermd door het gebod of verbod een melding doet van de schending,volgt een reactie door de toezichthoudende partijen.
Beschermende maatregelen