Posts tonen met het label gegevens. Alle posts tonen
Posts tonen met het label gegevens. Alle posts tonen

woensdag 8 juni 2016

664. Big data in een vrije en veilige samenleving



Rapport van de WetenschappelijkeRaad voor het Regeringsbeleid (2016, 170 pagina's). Van de site van de WRR:

Big Data-toepassingen bieden vele kansen in het veiligheidsdomein. Ze maken snelle en precieze reconstructies van misdaden mogelijk, evenals gerichte inspecties en het realtime volgen van ontwikkelingen bij crisissituaties. Tegelijkertijd ontstaan er nieuwe risico’s voor burgers, op het gebied van privacy, discriminatie en vrije meningsuiting. Aan de horizon dreigt (semi-)automatische besluitvorming, waarbij de uitkomsten van data-analyses sturend zijn voor het handelen van veiligheidsorganisaties. De WRR analyseert in dit rapport hoe de Nederlandse overheid Big Data kan gebruiken en richt zich daarbij specifiek op het veiligheidsdomein. Big Data kan volgens de raad uitsluitend vruchten afwerpen als de huidige wet- en regelgeving wordt versterkt om fundamentele rechten en vrijheden te waarborgen. Hiertoe moet de aandacht worden verlegd van het reguleren van het verzamelen van data – het zwaartepunt in de huidige juridische kaders – naar de regulering van en het toezicht op de fases van de analyse en het gebruik van Big Data. Voor de vrijheid en de veiligheid van de burgers doen zich in deze twee fasen van Big Data-processen de grootste kansen én de grootste risico’s voor.

Verzamelen
De huidige juridische kaders zijn vooral gericht op het inkaderen van het verzamelen en delen van gegevens. De kaders voor gegevensverzameling binnen het veiligheidsdomein kennen specifieke bevoegdheden voor opsporing en surveillance en extra waarborgen voor de rechten en vrijheden van burgers. Ook in het Big Data-tijdperk vervullen deze kaders onverminderd een belangrijke functie.

Analyse
Keuzes in de analyse-fase (algoritmen, profielen, categorisering, wegingsfactoren, etc.) zijn van eminent belang voor de uitkomsten van Big Data-processen. Bij de fase van de analyse constateert de WRR een hiaat in de regelgeving.

  Organisaties op het terrein van misdaad- en fraudebestrijding moeten een wettelijk omschreven zorgplicht in acht nemen, die de vereisten bevat voor de kwaliteit van de data en de deugdelijkheid van de analysemethoden.
  Onderwerp Big Data-projecten en -toepassingen aan een externe review door de toezichthouder, die daarna een openbare rapportage aan de Tweede Kamer uitbrengt.
  Verstevig het externe toezicht op de analysefase en investeer in de technische en statistische kennis van toezichthouders.

Gebruik
Veiligheidsorganisaties kunnen en mogen diep ingrijpen in de rechten en vrijheden van burgers. Het gebruik Big Data-toepassingen – die sturend voor dat ingrijpen worden – moet daarom met extra waarborgen worden omkleed.
  Zorg voor een wettelijke verankering van de verantwoordelijkheid van de gegevensverwerkende partij voor de juistheid van de uitkomsten van Big Data-processen.
  Stel regels op over toelaatbare foutmarges bij profiling.
  Zorg voor een strikte handhaving van het verbod op geautomatiseerde besluitvorming en bestrijd semi-automatische besluitvorming.
  Vergroot de transparantie over het gebruik van Big Data-analyses binnen het veiligheidsdomein, zowel bij individuele organisaties als bij samenwerkingsverbanden van organisaties.
  Verbeter de mogelijkheden voor burgers en maatschappelijke organisaties om wetgeving en beleid omtrent Big Data-toepassingen juridisch te (laten) toetsen.

vrijdag 19 december 2014

589. Rechtspraakdata: open, linked en big

In dit periodiek van de Raad voor de rechtspraak (54 p.) staat een interessant hoofdartikel van Marc van Opijnen over data over rechtspraak.


Om te onthouden is handig het verschil tussen a) open, b) linked en c) big. Open data (a) duidt op de vrije beschikbaarheid van ruwe data, in het bijzonder overheidsdata. Niet op de wijze van publicatie, maar op de beschikbaarheid voor hergebruik door anderen. Om ‘linked’ (b) te zijn moet zijn voldaan aan drie voorwaarden: machineleesbaarheid, unieke en persistente uniform resource identifiers (URI’s) en links naar andere data. En linked betekent niet altijd open. Big data (c) ‘is high-volume, high-velocity and high-variety information assets that demand cost-effective, innovative forms of information processing for enhanced insight and decision making’.

Hoe maak je rechtspraak dan toegankelijk? European Case Law Identifier (ECLI) als standaard in Europa, identificatie van wet- en regelgeving en andere bronnen om goed (permanent) naar te kunnen verwijzen, via links, en dan het liefst zwaartepunt bij de belangrijkste uitspraken. Hierover volgt een plausibel verhaal over hoe zwaarte wordt toegekend in de verschillende fase na de uitspraak. Beetje jammer is dat het allemaal nog in een onderzoeksomgeving is gebeurd, maar de toekomst lonkt.

vrijdag 28 november 2014

587. Big data, digitalisering, startinformatie

Drie werkgerelateerde studies:
a. risicogericht toezicht, profielinformatie en Big Data door Bart Custers in het Tijdschrift voor toezicht 2014 (5), 8 pagina's.
b. Startinformatie in het strafproces door Sven Brinkhoff, samenvatting proefschrift 14/11/2014, 10 pagina's.
c. WODC-rapport Digitalisering in strafrechtketens (2014, 282 pagina's).
Over het WODC-rapport uitgevoerd door de Rijksuniversiteit Groningen neem ik graag wat meer op. Het rapport gaat in op digitaliseringservaringen in Denemarken, Engeland, Oostenrijk en Estland vanuit een supply chain perspectief. Onder een supply chain wordt verstaan het geheel van organisaties die gezamenlijk werken aan de totstandkoming van een product of dienst. Het ultieme doel van een dergelijke keten is ‘afstemming van de lever- en afleverrelaties’. Cruciaal daarvoor is goede uitwisseling van informatie. Het rapport gaat er niet echt op in, maar mij lijkt voor de strafrechtsketen relevant is dat in het strafrecht geen concurrentie tussen de ketenpartners zou hoeven te bestaan. Transparantie en informatie-uitwisseling zou uitgangspunt moeten kunnen zijn. Enkele relevante punten: - Basiskeuze: herontwerp van deelprocessen, interfaces of interne processen vs. een min of meer handhaven van bestaande werkprocessen of systemen en concentratie op de interfaces. De onderzochte landen laten op dit punt zien dat handhaven de dominante keuze is. De taakverdeling tussen de ketenpartners wordt door de digitalisering niet gewijzigd, wel wordt de koppeling sterker. - Een integrale ketenbenadering moet. Elke partner in de strafrechtketen zal zich moeten realiseren dat een volgende ketenpartner bepaalde informatiebehoeften heeft waaraan de eerdere partner in de keten moet bijdragen. Elke ketenpartner zal zich dus moeten verplaatsen in de vervolg van de keten en de (informatie)behoefte die daar is. Daarbij kan nog worden opgemerkt dat het ook zou moeten gaan om het denken over de informatiebehoefte terug in de keten (bijv. afloopberichten; is dat dan backward control?). - Ketenperspectief moet ook inhouden dat ketenpartners dienen te worden beloond voor het gedrag dat optimaal is voor de keten als geheel (het meerwerk aan het begin, ontlast de keten als geheel). - Een belemmering bij invoering van een ketenbenadering in de strafrechtketen is dat de diverse partners - historisch en vanuit de gedachte van autonoom werkende organisaties - veelal denken vanuit de eigen organisatie en hiërarchie, eigen doelstellingen, eigen budgetten en werkprocessen. - De onderzochte landen laten zien dat standaardisatie in informatieoverdracht cruciaal is. In elk geval op dat punt een ketenarchitectuur. - Opvallend is dat in veel landen de papieren stroom ook blijft bestaan (papier = origineel), in elk geval start is dus dubbele systemen. - Niet het doel van de digitalisering bepaalt het succes, maar de juiste ICT-ondersteuning en projectorganisatie, en het waarborgen van het eigen karakter van de ketenpartners. - Verantwoordelijkheid voor de digitalisering verschilt, ministerie of ketenpartners (m.n. OM, als eerstverantwoordelijke voor strafdossier). Bepalend is projectmanagement, en regie en betrokkenheid vanuit het ministerie. - In alle landen blijkt de afstemming met en digitalisering van informatie-uitwisseling met de rechtbank in de praktijk lastig te verlopen. - Advocaten en burgers hobbelen achter de digitalisering binnen de keten aan, worden gelijmd door (financieel) te belonen als er digitaal zaken wordt gedaan. - Bouw voor de ICT-systemen vooral niet iets unieks nieuws, maar start met bestaande, bewezen systemen. - Bekend motto is volgens mij “eerst organiseren, dan automatiseren”. Dat motto zegt niets over de wetgeving die soms ook gewijzigd moet worden voordat digitaal kan worden gewerkt. Met (ruime) interpretatie van de wet kan veelal veel, wetgeving aanpassen op het moment dat nodig is. Motto kan dus aan het einde worden aangevuld met “en parallel wetgeven”. - Veiligheid van de systemen staat niet altijd voorop in de onderzochte landen: pragmatische overwegingen overheersen, zeker binnen de keten zelf. - De functie van het strafdossier beïnvloedt sterk in welke mate er behoefte is aan zaken als (digitale) handtekening en waarborgen (authenticiteit, integriteit of compleetheid van informatie). - “Eenmalige opslag, meervoudig gebruik” ook in andere landen uitgangspunt om data niet meer dubbel te hoeven invoeren of bij te houden. - Meest handig lijkt te zijn om bestaande systemen te gebruiken maar te zorgen voor bevraging door ketenpartners (o.b.v. bijvoorbeeld een uniek nummer). - Acceptatie en gebruik van de digitalisering volgt niet zozeer uit de uitkomsten van het gebruik, maar uit de mate van gebruik! - Negatieve ervaringen kleven niet aan de digitalisering zelf, maar aan de wijze van totstandbrenging (gebrekkig gemaakte keuzes, ontbreken visie en ondersteuning, commitment leiding, etc.). - Doelen digitalisering zijn te voorspellen: kostenreductie, efficiëntie, dienstverlening aan de burger, versnellen procedure, kwaliteitsverbetering, managementinformatie. - Algemene (en te begrijpen) notie: digitalisering van de strafrechtsketen blijft achter bij digitalisering van andere overheidsdiensten.

zondag 22 januari 2012

381. Function creep en privacy

Iets dat voor het ene doel wordt ontwikkeld, wordt maar al te vaak later ingezet voor een ander doel: function creep. Het resultaat daarvan kan natuurlijk positief zijn (vooruitgang!), maar steeds meer wordt deze doelverschuiving ook gevreesd. Vooral bij (het koppelen van) geautomatiseerde systemen en databanken voor nieuwe doeleinden gaan bij velen de nekharen omhoog. Hetzelfde geldt voor het algemeen toepasbaar verklaren van bevoegdheden en taken die voor een specifiek doel waren gecreëerd. Een les die uit deze Justitiële Verkenningen (nr. 8, 2011, 90 pagina's) kan worden getrokken is dat we een dergelijke ontwikkeling misschien wel ongewenst kunnen vinden, maar dat deze waarschijnlijk toch niet is tegen te houden dus dat je maar beter via procedurele waarborgen kan proberen de eventuele schade te beperken. Niet een heel geruststellende boodschap voor de privacyisten, maar wel een realistische boodschap.


Policy window: problemen wachten op beleidsmakers en oplossingen; beleidsactoren wachten op een oplossing voor het probleem waar zij  een oplossing voor moeten vinden; en oplossingen wachten op problemen waarvoor zij kunnen worden ingezet en op beleidsmakers die deze oplossingen bruikbaar achten voor hun probleem.