Posts tonen met het label evaluatie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label evaluatie. Alle posts tonen

zaterdag 31 januari 2026

1087. Eindrapport Evaluatie Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften

 Gedegen en complete wetsevaluatie van de Wahv, uitgevoerd door Bas de Wilde & Oberon Nauta (2025, 251 pagina's). Belangrijkste conclusie is dat de Wahv nog steeds doet wat dertig jaar geleden is beoogd,  maar er zijn wel ook de nodige verbetervoorstellen.

zondag 1 juli 2018

768. Evaluatie Wet voorwaardelijke sancties en Wet vrijheidsbeperkende maatregel

Eerder - in 2012 - schreef ik al over de Wet rechterlijke vrijheidsbeperkende maatregel, nu is deze wet geëvalueerd, samen met de Wet voorwaardelijke sancties (2018 95 blz.).

De Wvm wordt niet vaak toegepast, maar er is tussen 2012 en 2016 wel een duidelijke toename te zien tot 155 in 2016, met daarna weer een beperkte daling. Het grootste deel, rond de 80 procent, van de maatregelen is dadelijk uitvoerbaar bevolen, waardoor de bescherming van de samenleving snel na het vonnis ingaat. De maatregel is niet overal even goed bekend; voor zover officieren van justitie en rechters ermee bekend zijn, zien ze een duidelijke meerwaarde ten opzichte van de Wvs. Als groot voordeel van de maatregelen in de Wvm boven de bijzondere voorwaarden uit de Wvs geldt dat de maatregelen ook na schending door de justitiabele (en het eventueel ondergaan van vervangende hechtenis) van kracht blijven en dat de bescherming van de samenleving daarmee van kracht blijft. Daarentegen komt een bijzondere voorwaarde te vervallen als een dader na schending de voorwaardelijke straf ondergaat (die veelal korter zal zijn dan de proeftijd). Hiermee wordt de samenleving minder lang beschermd tegen recidive. Dat elektronisch toezicht bij de controle op de naleving van de maatregelen niet mogelijk is, wordt door de ketenpartners als logisch ervaren, aangezien het om een maatregel en niet om een straf gaat.

[...] de Wvm voorziet in een behoefte. Het is, zoals bij de introductie verwacht werd, een weinig toegepaste maatregel voor bijzondere situaties, waarin (andere) sancties niet passen. De toepassing verschilt per arrondissement. Dit verschil is mogelijk gerelateerd aan het beperkte zicht op de meerwaarde van de Wvm, hetgeen samenhangt met de relatieve onbekendheid van de sanctiemogelijkheid.

zondag 11 juni 2017

721. Wordt vervolgd & Beproefd verzet

Op maandag 29 mei 2017 zijn door de procureur-generaal bij de Hoge Raad twee rapporten over de toepassing van de strafbeschikking aangeboden aan de Minister van Veiligheid en Justitie.

Het eerste rapport is een vervolg op het rapport “Beschikt en gewogen” uit 2014 en heeft als pakkende titel “Wordt vervolgd: Beschikt en Gewogen” meegekregen (41 pagina’s). Het oordeel is positief over de serieuze opvolging die het openbaar ministerie heeft gegeven aan de eerdere conclusies en aanbevelingen. De openblijvende kritiekpunten zien vooral op de ondertekening en registratie van de strafbeschikking en vervolgstukken.

Het tweede rapport, “Beproefd verzet” ziet op het verzet dat wordt gedaan tegen uitgevaardigde strafbeschikkingen (146 pagina’s). Meest in het oog springende conclusie is hier de redelijk termijn van twee jaar overschrijdende tijd die het openbaar ministerie (te) vaak nodig heeft om te beslissen op verzet. Onder de diverse andere aanbevelingen ook de nodige die zien op het kunnen zien wie beslissingen neemt door ondertekening en registratie.

zondag 14 oktober 2012

433. Doelbereik van de pilot BIJ

Onderzoek van Regioplan Beleidsonderzoek naar de pilot Bestuurlijke Informatievoorziening Justitiabelen (BIJ) (juni 2012, 90 pagina's). In deze pilot worden burgemeesters geïnformeerd over de terugkeer van ernstige gewelds- en zedendelinquenten in hun gemeenten ten behoeve van het inschatten door de burgemeester van het risico dat als gevolg van deze terugkeer verstoringen van de openbare orde in zijn gemeente plaats kunnen hebben, zodat zo nodig passende maatregelen kunnen worden genomen om de openbare orde te handhaven. Deze (te) lange zin is een quote uit de nota van toelichting bij het besluit waarin de juridische basis voor deze 'robuuste en generieke' gegevensverstrekking werd geregeld in artikel 11a van het Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens (zie Stb. 2011, 314).

Conclusie van de onderzoekers over het doelbereik van BIJ:
"Samenvattend concluderen we dat de BIJ-informatiestroom goed vorm heeft gekregen. De informatie zorgt voor een versterking van het overleg met ketenpartners en verbetert de informatiepositie van burgemeesters. Daardoor kunnen burgemeesters zich (beter) voorbereiden op eventuele problemen en, indien nodig, maatregelen treffen om deze te voorkomen. Niet alle burgemeesters achten hun bevoegdheden toereikend om maatregelen te kunnen nemen. Mogelijk zijn hierin verbeteringen aan te brengen door een intensiever overleg met het Openbaar Ministerie over het opleggen van voorwaarden bij de invrijheidsstelling en bij verlof. Een belangrijk bijverschijnsel van BIJ is dat burgemeesters ook verantwoordelijk dreigen te worden voor het voorkomen van recidive door terugkerende ex-gedetineerden, hetgeen niet de bedoeling van BIJ is, maar in de praktijk moeilijk tegen te gaan is. Ten slotte blijkt uit de evaluatie van de pilot dat de aansluitvoorwaarden van de pilot door veel gemeenten minimaal worden nageleefd: er wordt niet altijd teruggekoppeld naar het KLPD, accountantscontrole blijft in alle gemeenten achterwege en bijzondere persoonsgegevens worden in de uitvoeringspraktijk ruimer gedeeld dan volgens de regels is toegestaan."

woensdag 11 juli 2012

412. Bestuurlijke strafbeschikking en bestuurlijke boete overlast

De DSP-groep heeft in opdracht van het Ministerie van Veiligheid en Justitie de bestuurlijke strafbeschikking en de bestuurlijke boete overlast geëvalueerd. Het WODC-rapport (2012, 117 paginas) geeft een heldere weergave van de praktijk in de afgelopen drie jaren, maar bevat niet echt schokkende conclusies over de strafbeschikking. Logisch, want er is voor de toepassing door gemeenten feitelijk weinig verschil met de transactie. Door de aandacht die aan de strafbeschikking is gegeven, is de intensiteit en de kwaliteit van handhaving wel toegenomen. Anders dan sommige (naïeve) bestuurders van gemeenten dachten, kost de handhaving met de strafbeschikking ondanks de vergoedingsregeling nog geld en komt het dus neer op de waardering van de niet financiële opbrengsten (leefbaarheid e.d.). Wel schokkend wellicht is dat de bestuurlijke boete overlast door geen enkele gemeente wordt toegepast: rijp voor het wetgevingskerkhof.