- Een P.G. Wodehouse die ik nog niet heb
- Geld
Boek van Sélina van Gool (2024, 256 pagina's) over tien jaar fysiek en mentaal partnergeweld, intieme terreur, door haar (bekende) ex-partner en vader van haar kinderen Gers Pardoel en over de gebrekkige hulp die ze heeft ervaren vanuit verschillende hulporganisaties.
Zelf noemt ze het geweld extreem; ik vrees echter dat het veel normaler is in veel relaties dan we willen durven denken. Het boek geeft enig inzicht in hoe zoiets kan ontstaan en ook kan blijven voortbestaan (waarom gaat een slachtoffer niet weg?!). Geloofwaardig in de beschrijving.
Het boek is ook een aanklacht van Sélina tegen de hulpverlenende instanties, die teveel objectief proberen te zijn en daarmee dus ook gehoor geven aan de vader. Selina suggereert dat het feit dat haar partner een BN'er is tegen haar werkt. Verder herhaalt ze meermaals dat het vooral goed verdienen is voor de hulpinstanties, en dat die niet gebaat zouden zijn met het geven van daadwerkelijke hulp. Ik vrees dat het waar is dat de organisaties onderbezet en overbelast zijn en niet de benodigde tijd en energie kunnen steken in het daadwerkelijk beoordelen van een casus en daarnaar handelen. De kwade opzet die wordt verondersteld in dit boek, zie ik echter echt niet.
Slotopmerking: ik heb na het lezen niet een heel positief beeld over de schrijfster en haar levenswandel. Dat doet echter niets af aan het leed dat haar zal zijn aangedaan.
Nog een Mart Smeets (2001, 194 pagina’s) en de slechtste. Zijn meningen en oordelen interesseerden mij echt niet. Had ik maar laten staan in het gratis boekenkastje.
Science fiction roman van Iain Banks (1987, 520 pagina's). Eerste van een reeks over de oorlog tussen de Iridianen (mono-theisten, overtuigd van eigen gelijk en superioriteit) en de Cultuur (computer/AI-gestuurde samenleving, strevend naar maximaal utilitarisme). Lekker veel actie en soepel leesbaar. Een tweede deel zit er wel eens in. Dat zou dan The Player of Games uit 1988 moeten worden.
Deze vakantie in Auschwitz geweest. Wat een onvoorstelbaar vreselijke verschikkingen daar (2026, 60 pagina's). Nooit meer.
Boekje met.korte stukjes van Mart Smeets (1995, 158 pagina's). Oud, maar best aardig. Mart komt naar voren als een zelfingenomen man.
Op aanraden van Katja gelezen boek van Elizabeth Strout (344 pagina's, 1997). Literair, mooi geschreven, niet vervelend, goed doorheen te komen, maar toch niet echt iets voor mij. Te emotioneel, zoetsappig?
Makkelijk leesbare pageturner van James Patterson (2004, 283 pagina's). Elk hoofdstuk maximaal 3 pagina's. Complete waste of time, maar wel prettig.
Deze klassieker van Sun Tzu (±400 voor Chr.) herlezen, in een fraaie, geïllustreerde en becommentarieerde versie (274 pagina’s). Waarbij ik al het achtergrondgepraat en de voetnoten eerlijk gezegd vond afleiden van de korte, helder lijkende, maar op tal van manieren te interpreteren inzichten van de schrijver(s).