Posts tonen met het label openbare orde. Alle posts tonen
Posts tonen met het label openbare orde. Alle posts tonen

zondag 2 juni 2013

492. Aard, omvang en handhaving van beschermingsbevelen in Nederland (2)


Dit betreft een onderzoek van de Universiteit van Tilburg naar de aard, omvang en handhaving van beschermingsbevelen in Nederland (in opdracht van WODC; 2013, 88 pagina's). Het eerder gelezen eerste deel ging over de juridische modaliteiten van gebiedsverboden, contactverboden en meldplichten. De conclusies van het tweede deel zijn overzichtelijk terug te vinden in de tabellen in de conclusie (p. 75).

Verder opmerkenswaardig:
- beschermingsbevelen worden voornamelijk aan mannen opgelegd;
- vaak is er sprake van een (verkeerd geëindigde) affectieve relatie, bij de voorwaardelijke invrijheidstelling zijn de veroordeelde en de beschermde vaker onbekenden van elkaar;
- een beschermingsbevel is er vaak een in een reeks (recidive, gebrekkige handhaving);
- een internationale dimensie is er vrijwel nooit;
- handhaving is van cruciaal belang en vaak lastig;
- het opgelegde beschermingsbevel is niet altijd helder afgebakend;
- verschillende rechtbanken hanteren verschillende formuleringen en 'dreigingen' bij overtreding van het beschermingsbevel;
- de registratie van de verschillende modaliteiten verschilt en is zelden sluitend.

zondag 14 oktober 2012

433. Doelbereik van de pilot BIJ

Onderzoek van Regioplan Beleidsonderzoek naar de pilot Bestuurlijke Informatievoorziening Justitiabelen (BIJ) (juni 2012, 90 pagina's). In deze pilot worden burgemeesters geïnformeerd over de terugkeer van ernstige gewelds- en zedendelinquenten in hun gemeenten ten behoeve van het inschatten door de burgemeester van het risico dat als gevolg van deze terugkeer verstoringen van de openbare orde in zijn gemeente plaats kunnen hebben, zodat zo nodig passende maatregelen kunnen worden genomen om de openbare orde te handhaven. Deze (te) lange zin is een quote uit de nota van toelichting bij het besluit waarin de juridische basis voor deze 'robuuste en generieke' gegevensverstrekking werd geregeld in artikel 11a van het Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens (zie Stb. 2011, 314).

Conclusie van de onderzoekers over het doelbereik van BIJ:
"Samenvattend concluderen we dat de BIJ-informatiestroom goed vorm heeft gekregen. De informatie zorgt voor een versterking van het overleg met ketenpartners en verbetert de informatiepositie van burgemeesters. Daardoor kunnen burgemeesters zich (beter) voorbereiden op eventuele problemen en, indien nodig, maatregelen treffen om deze te voorkomen. Niet alle burgemeesters achten hun bevoegdheden toereikend om maatregelen te kunnen nemen. Mogelijk zijn hierin verbeteringen aan te brengen door een intensiever overleg met het Openbaar Ministerie over het opleggen van voorwaarden bij de invrijheidsstelling en bij verlof. Een belangrijk bijverschijnsel van BIJ is dat burgemeesters ook verantwoordelijk dreigen te worden voor het voorkomen van recidive door terugkerende ex-gedetineerden, hetgeen niet de bedoeling van BIJ is, maar in de praktijk moeilijk tegen te gaan is. Ten slotte blijkt uit de evaluatie van de pilot dat de aansluitvoorwaarden van de pilot door veel gemeenten minimaal worden nageleefd: er wordt niet altijd teruggekoppeld naar het KLPD, accountantscontrole blijft in alle gemeenten achterwege en bijzondere persoonsgegevens worden in de uitvoeringspraktijk ruimer gedeeld dan volgens de regels is toegestaan."