Posts tonen met het label justitiële gegevens. Alle posts tonen
Posts tonen met het label justitiële gegevens. Alle posts tonen

zondag 26 oktober 2025

1078. De verdachte in de bak

Boekje van good old Wim Borst, over identiteitsvaststelling in de keten (2021, 120 pagina’s).

woensdag 8 juni 2016

664. Big data in een vrije en veilige samenleving



Rapport van de WetenschappelijkeRaad voor het Regeringsbeleid (2016, 170 pagina's). Van de site van de WRR:

Big Data-toepassingen bieden vele kansen in het veiligheidsdomein. Ze maken snelle en precieze reconstructies van misdaden mogelijk, evenals gerichte inspecties en het realtime volgen van ontwikkelingen bij crisissituaties. Tegelijkertijd ontstaan er nieuwe risico’s voor burgers, op het gebied van privacy, discriminatie en vrije meningsuiting. Aan de horizon dreigt (semi-)automatische besluitvorming, waarbij de uitkomsten van data-analyses sturend zijn voor het handelen van veiligheidsorganisaties. De WRR analyseert in dit rapport hoe de Nederlandse overheid Big Data kan gebruiken en richt zich daarbij specifiek op het veiligheidsdomein. Big Data kan volgens de raad uitsluitend vruchten afwerpen als de huidige wet- en regelgeving wordt versterkt om fundamentele rechten en vrijheden te waarborgen. Hiertoe moet de aandacht worden verlegd van het reguleren van het verzamelen van data – het zwaartepunt in de huidige juridische kaders – naar de regulering van en het toezicht op de fases van de analyse en het gebruik van Big Data. Voor de vrijheid en de veiligheid van de burgers doen zich in deze twee fasen van Big Data-processen de grootste kansen én de grootste risico’s voor.

Verzamelen
De huidige juridische kaders zijn vooral gericht op het inkaderen van het verzamelen en delen van gegevens. De kaders voor gegevensverzameling binnen het veiligheidsdomein kennen specifieke bevoegdheden voor opsporing en surveillance en extra waarborgen voor de rechten en vrijheden van burgers. Ook in het Big Data-tijdperk vervullen deze kaders onverminderd een belangrijke functie.

Analyse
Keuzes in de analyse-fase (algoritmen, profielen, categorisering, wegingsfactoren, etc.) zijn van eminent belang voor de uitkomsten van Big Data-processen. Bij de fase van de analyse constateert de WRR een hiaat in de regelgeving.

•   Organisaties op het terrein van misdaad- en fraudebestrijding moeten een wettelijk omschreven zorgplicht in acht nemen, die de vereisten bevat voor de kwaliteit van de data en de deugdelijkheid van de analysemethoden.
•   Onderwerp Big Data-projecten en -toepassingen aan een externe review door de toezichthouder, die daarna een openbare rapportage aan de Tweede Kamer uitbrengt.
•   Verstevig het externe toezicht op de analysefase en investeer in de technische en statistische kennis van toezichthouders.

Gebruik
Veiligheidsorganisaties kunnen en mogen diep ingrijpen in de rechten en vrijheden van burgers. Het gebruik Big Data-toepassingen – die sturend voor dat ingrijpen worden – moet daarom met extra waarborgen worden omkleed.
•   Zorg voor een wettelijke verankering van de verantwoordelijkheid van de gegevensverwerkende partij voor de juistheid van de uitkomsten van Big Data-processen.
•   Stel regels op over toelaatbare foutmarges bij profiling.
•   Zorg voor een strikte handhaving van het verbod op geautomatiseerde besluitvorming en bestrijd semi-automatische besluitvorming.
•   Vergroot de transparantie over het gebruik van Big Data-analyses binnen het veiligheidsdomein, zowel bij individuele organisaties als bij samenwerkingsverbanden van organisaties.
•   Verbeter de mogelijkheden voor burgers en maatschappelijke organisaties om wetgeving en beleid omtrent Big Data-toepassingen juridisch te (laten) toetsen.

vrijdag 17 mei 2013

488. Beter richten

Onderzoek van de Raad voor de Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming naar de pilot Bestuurlijke Informatievoorziening justitiabelen (BIJ)(april 2013, 60 pagina's). Door BIJ worden burgemeesters geïnformeerd over de terugkeer van ernstige gewelds- en zedendelinquenten naar hun gemeente, met vermelding van het gepleegde misdrijf. Dit biedt burgemeesters de gelegenheid om - indien nodig - maatregelen te treffen om verstoringen van de openbare orde en veiligheid te voorkomen. Zie ook dit eerdere bericht op deze blog.



zondag 9 december 2012

448. Vonnisafspraken in strafzaken

"Een rechtsvergelijkende studie naar een vorm van onderhandelingsjustitie in Italië, Duitsland en Frankrijk", uitgevoerd door mr. Laura J.J. Peters (2012). Ik heb alleen de samenvatting van dit proefschrift gelezen (14 pagina's), maar ik vind het niettemin vermeldenswaardig voor dit blog.

De strekking is - heel erg kort gezegd - dat de onderzochte landen anders dan Nederland in het strafrecht een vorm van afdoening kennen waarbij verdachte en officier van justitie een afspraak over de op te leggen straf maken (inclusief vrijheidsstraffen tot ongeveer een jaar); de rechter bekrachtigt deze vervolgens. De bekrachtigde beslissing kan in Italië en Frankrijk dadelijk ten uitvoer worden gelegd. Dit leidt tot efficiencywinst voor de keten en veelal tot een lagere straf voor de betrokkene. De vraag wordt opgeworpen of Nederland niet de Wet OM-afdoening / strafbeschikking (openbaar ministerie legt - zonder onderhandelen - straf op) moet heroverwegen (persbericht promotie: 'Nederland loopt uit de pas').


- In Italië is de strafrechter lijdelijk: is hij niet een stempelmachine voor de voorgelegde afspraken? Wat is het rechterlijk oordeel over de afspraken feitelijk waard?
- Een vonnisafspraak behelst geen schuldbekentenis en leidt tot een andere of geen registratie in de justitiele documentatie: onzuiver, rechtsongelijkheid?
- De straf in de vonnisafspraak is meestal gematigd: verenigbaar met strafdoelen, rechtsongelijkheid, ongewenste druk op de verdachte om maar te bekennen? Perverteert de mogelijkheid van onderhandeling met een officier van justitie over de door de rechter af te stempelen afspraak (consensualiteit) niet meer?
- In Italie en Frankrijk is hoger beroep tegen de vonnisafspraak niet mogelijk (dadelijke tenuitvoerlegging): onschuldpresumptie? 

- Is de kwaliteit van de Nederlandse niet-onderhandelbare afdoening met een strafbeschikking minder dan de vonnisafspraken? 
- Zou voor vrijheidsbeneming een rechter niet altijd ten volle de zaak moeten beoordelen? 
- Is met de lichte drempels voor verzet tegen een strafbeschikking het complete rechterlijk oordeel niet nabijer dan in de onderzochte landen?

zondag 14 oktober 2012

433. Doelbereik van de pilot BIJ

Onderzoek van Regioplan Beleidsonderzoek naar de pilot Bestuurlijke Informatievoorziening Justitiabelen (BIJ) (juni 2012, 90 pagina's). In deze pilot worden burgemeesters geïnformeerd over de terugkeer van ernstige gewelds- en zedendelinquenten in hun gemeenten ten behoeve van het inschatten door de burgemeester van het risico dat als gevolg van deze terugkeer verstoringen van de openbare orde in zijn gemeente plaats kunnen hebben, zodat zo nodig passende maatregelen kunnen worden genomen om de openbare orde te handhaven. Deze (te) lange zin is een quote uit de nota van toelichting bij het besluit waarin de juridische basis voor deze 'robuuste en generieke' gegevensverstrekking werd geregeld in artikel 11a van het Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens (zie Stb. 2011, 314).

Conclusie van de onderzoekers over het doelbereik van BIJ:
"Samenvattend concluderen we dat de BIJ-informatiestroom goed vorm heeft gekregen. De informatie zorgt voor een versterking van het overleg met ketenpartners en verbetert de informatiepositie van burgemeesters. Daardoor kunnen burgemeesters zich (beter) voorbereiden op eventuele problemen en, indien nodig, maatregelen treffen om deze te voorkomen. Niet alle burgemeesters achten hun bevoegdheden toereikend om maatregelen te kunnen nemen. Mogelijk zijn hierin verbeteringen aan te brengen door een intensiever overleg met het Openbaar Ministerie over het opleggen van voorwaarden bij de invrijheidsstelling en bij verlof. Een belangrijk bijverschijnsel van BIJ is dat burgemeesters ook verantwoordelijk dreigen te worden voor het voorkomen van recidive door terugkerende ex-gedetineerden, hetgeen niet de bedoeling van BIJ is, maar in de praktijk moeilijk tegen te gaan is. Ten slotte blijkt uit de evaluatie van de pilot dat de aansluitvoorwaarden van de pilot door veel gemeenten minimaal worden nageleefd: er wordt niet altijd teruggekoppeld naar het KLPD, accountantscontrole blijft in alle gemeenten achterwege en bijzondere persoonsgegevens worden in de uitvoeringspraktijk ruimer gedeeld dan volgens de regels is toegestaan."

maandag 30 april 2012

402. Proces - tijdschrift voor strafrechtspleging

Special van het Tijdschrift Proces over de Verklaring omtrent het gedrag, de VOG (april 2012, 85 pagina's).

maandag 26 december 2011

375. Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens

Eindelijk heb ik het Schuurman en Jordens deeltje over de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens en het Besluit justitiële gegevens helemaal doorgeploeterd (290 pagina's). Deze algemene en artikelsgewijze toelichting op dit onderdeel van de Nederlandse wetgeving is in 2005 bewerkt door mevr. mr. C.A. (Ineke) Knape. Na ruim 6 jaar is het dus hoog tijd voor een nieuwe, papieren uitgave in de Lexplicatie-reeks van Kluwer!

dinsdag 19 juli 2011

334. Justitiële documentatie en de verklaring omtrent het gedrag

Ondanks dat deze studiepocket strafrecht nr.1 uit 1991 stamt en een beschrijving geeft van vervallen wetgeving*, was het zeer nuttig dit boek te lezen. Prof.mr. Hannie Singer-Dekker weet namelijk in slechts 160 pagina's en in heldere taal de systematiek van de justitiële documentatie en de verklaring omtrent het gedrag uiteen te zetten; de globaal geschetste historie en de in deze regeling gemaakte keuzes laten daarnaast zien dat bepaalde vraagstukken van alle tijden zijn. De antwoordmogelijkheden zijn dus ook zeker nog relevant voor degenen die zich nu professioneel met deze materie bezig houden.




* Inmiddels is er de Wet justitiele en strafvorderlijke gegevens.

zondag 16 januari 2011

300. Onze informatiesamenleving in wording

Oratie van Jan Grijpink (19 januari 2005) over de uitdaging van grootschalige informatie-uitwisseling in de rechtstaat. Relevant, complex onderwerp, verhaal inclusief de afbeeldingen niet altijd even verhelderend voor de (halve) leek.

zondag 21 februari 2010

216. Jegens en wegens

Collega mr.dr. Wim Borst heeft in 2009 dit boek (Wolf Legal Publishers, 306 pagina's) geschreven over persoonsgebonden informatie in de strafrechtsketen. Hij verbindt een beschrijving van de strafrechtspleging aan de noties om goed in beeld te hebben "wie is het?" (het integer persoonsbeeld) en "wat weten we al van betrokkene?" (het integraal persoonsbeeld). In zijn beschouwing betrekt hij knap inzichten vanuit het strafrecht en de strafvordering, de privacy- en gegevensbescherming, het ketendenken (c.q. bedrijfs- of organisatiekunde) en informatiemanagement. Soms is deze studie wat theoretisch, maar het is voor direct betrokkenen bij de informatievoorziening in het strafrecht (en dat zijn tientallen instanties en duizenden functionarissen) zeker de moeite waard kennis te nemen van de ideeën uit dit boek.
Tot slot nog even een quote voor de titelverklaring: "In het strafrecht gaat het er om dat gepleegde strafbare feiten (delicten, incidenten) worden herleid tot een individu, een persoon (als verdachte respectievelijk dader); dit is het aspect van schuld, opheldering, waarheidsvinding, bewijs. Jegens die persoon worden vervolgens retributieve, reparatoire en corrigerende interventies (straffen en/of maatregelen) toegepast wegens de door hem begane delicten."

Update (8 november 2013):
In de bundel Rijk mét Wetenschap, Bestuur is Informatie 2012 heeft Wim Borst een bijdrage geleverd over “Integraal en integer persoonsbeeld: hoe theorie en praktijk elkaar ontmoeten in de strafrechtsketen” (onder redactie van prof. Aske Plaat e.a.). 

Een paar kreten en inzichten zijn het waard hier op te nemen:
- De definitie van een keten van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid: een keten is een lineair proces waarin verschillende organisaties buiten hun organisatiegrenzen werken aan een gemeenschappelijk resultaat.
- K=P3; een keten bestaat uit product, proces, partijen. In die volgorde. Dus eerst bepalen wat het resultaat van de keten moet zijn, dan de schakels in de keten in beeld brengen, dan de partijen. En steeds van algemeen naar detail. De strafrechtsketen is dus niet politie > OM > ZM > gevangeniswezen, maar opsporen > vervolgen > berechten > ten uitvoer leggen > re-integreren.
- Bij het ketendenken moeten niet de partijen centraal staan, maar de cliënt (in de strafrechtsketen de veelal niet bij het resultaat gebate verdachte of veroordeelde).
- Drie niveaus van invloed op de keten: ketencoördinatie (samenbrengen) < ketenregie (niet de baas over alle partijen) < ketensturing (geld, macht en bevoegdheden).
- “Het enige waarvoor de ketenregisseur moet waken is dat partijen met hun streven naar efficiëntie op organisatieniveau het functioneren van de keten als zodanig schaden.”
- “Standaardiseer wat moet vanuit de opdracht waarvoor de gezamenlijke schakels staan (vanuit de effectiviteitsvraag), niet wat kan (vanuit de efficiencyvraag).”