De Erasmus Universiteit Rotterdam heeft onderzoek gedaan naar juridische haalbaarheid van 12 oplossingen die zijn voorgesteld voor de problematiek van de verdachten die weigeren mee te werken aan gedragskundig onderzoek naar een stoornis om zo (te proberen) te voorkomen dat tbs (met dwangverpleging) wordt opgelegd (2018, 100 p.). De onderzoekers zijn niet de minsten binnen het tbs-veld (Mevis, Struijk, Van der Wolf, Bleichrodt, Van Marle).
De volgende voorstellen zijn beoordeeld:
1. Het voorstel van de Autoriteit Persoonsgegevens, gedaan in het kader van de doorbreking van het medisch beroepsgeheim in de Wet forensische zorg, om de rechter de weigering mee te laten wegen in het vonnis, en op grond daarvan een andere rechter in een nieuwe procedure alsnog tbs te laten opleggen. Als sub-variant is gekeken naar een toevoeging aan dit voorstel van SP en PvdD om de (eerder weigerachtige) veroordeelde zelf tijdens detentie te kunnen laten verzoeken om een tbs-maatregel.
2. Het voorstel van de Kamerleden Van Oosten/Kuiken om de rechter de mogelijkheid te geven om ‘aansluitend aan detentie’ na maximaal 2 jaar observatie tijdens detentie alsnog tbs op te leggen. Dat zou dan een nieuwe rechterlijke beslissing zijn door een tweede rechter.
3. Twee fasen-proces: eerst wordt de schuld aan het strafbare feit door de rechter vastgesteld, aansluitend wordt de veroordeelde psychiatrisch onderzocht en/of voor observatie in het Pieter Baan centrum gestuurd. De redenering is dat de veroordeelde meer geneigd zal zijn om mee te werken aan de observatie.
4. De oplegging van een tbs-maatregel koppelen aan het recidiverisico (en dus het gevaar) en niet aan de stoornis.
5. Het weigeren mee te werken aan het psychiatrisch onderzoek en/of observatie leidt automatisch tot het opleggen van de tbs-maatregel.
6. Het weigeren mee te werken aan het psychiatrisch onderzoek en/of observatie leidt bij de strafoplegging tot de maximale gevangenisstraf.
7. Kan het meewerken aan het Pieter Baan Centrum onderzoek verplicht worden gesteld?
8. Vereis niet langer ‘doorwerking van de stoornis ten tijde van het delict’.
9. Laat de rechter zich baseren op “vermoeden van” een stoornis bij het opleggen van een tbs-maatregel.
10. Voeg een psychiater toe aan het rechtscollege in zaken waarin de oplegging van de tbs-maatregelen mogelijk aan de orde is.
11. Pas artikel 37a aan in die zin dat een rechter ook zonder medewerking van de betrokkene gebruik kan maken van ‘een ander advies of rapport’, dat dan ook niet alleen gebaseerd hoeft te zijn op de actuele situatie of het huidige gedrag van de betrokkenen, zoals de letter van de wet lijkt te suggereren.
12. Voorlopige tbs-maatregel; wanneer een verdachte blijft weigeren, legt de rechter indien het tot ene veroordeling komt, naast straf een voorlopige tbs op voor een onbepaalde tijd totdat de veroordeelde wel mee werkt. Na ontvangst van de bevindingen beslist de rechter over het opleggen van een tbs-maatregel en heft de rechter de voorlopige tbs-maatregel op.
Op 8 oktober 2018 heeft de Minister voor Rechtsbescherming dit rapport en het onder het vorige nummer beschreven WODC-onderzoek aangeboden aan de Tweede Kamer, met in de brief de daaruit voortvloeiende maatregelen.
Posts tonen met het label TBS. Alle posts tonen
Posts tonen met het label TBS. Alle posts tonen
zondag 14 oktober 2018
778. Vijftien jaar weigerende verdachten in het Pro Justitia onderzoek
Door het WODC uitgevoerd onderzoek (2018, 147 pagina's) over weigerende verdachten in het Pro Justitia (PJ-)onderzoek beoogt een bijdrage te leveren aan de oplossing van de problematiek van de weigerende verdachten. Weigerende verdachten zijn personen die niet willen meewerken aan gedragskundig onderzoek, ook wel weigerende observandi genoemd. PJ-onderzoek is gedragskundig onderzoek door een psycholoog, psychiater of beiden in opdracht van de officier van justitie, de rechter-commissaris of de rechtbank.
Verschillende aspecten van de weigerende verdachten zijn tot dusver onbekend gebleven, het onderhavige onderzoek heeft als doel deze te analyseren en vast te stellen. De doelstellingen van het onderzoek zijn:
- Zicht krijgen op de prevalentie van weigeren: het aantal verdachten dat medewerking weigert aan PJ-onderzoek (de weigerende verdachten) in de afgelopen vijftien jaar.
- Analyseren van de mate waarin weigeren doorwerkt op het beantwoorden van de PJ-vragen.
- In kaart brengen van de informatiebehoefte van officieren van justitie (OvJ’s) en rechters om in geval van een weigerende verdachte te kunnen komen tot een passende strafeis respectievelijk een passende beslissing.
- Bepalen welke afdoening, straf of maatregel, wordt opgelegd aan een weigerende verdachte.
- Onderzoeken van de motiveringen die de rechter gebruikt ter onderbouwing van zijn afdoening in zaken met een weigerende verdachte.
Verschillende aspecten van de weigerende verdachten zijn tot dusver onbekend gebleven, het onderhavige onderzoek heeft als doel deze te analyseren en vast te stellen. De doelstellingen van het onderzoek zijn:
- Zicht krijgen op de prevalentie van weigeren: het aantal verdachten dat medewerking weigert aan PJ-onderzoek (de weigerende verdachten) in de afgelopen vijftien jaar.
- Analyseren van de mate waarin weigeren doorwerkt op het beantwoorden van de PJ-vragen.
- In kaart brengen van de informatiebehoefte van officieren van justitie (OvJ’s) en rechters om in geval van een weigerende verdachte te kunnen komen tot een passende strafeis respectievelijk een passende beslissing.
- Bepalen welke afdoening, straf of maatregel, wordt opgelegd aan een weigerende verdachte.
- Onderzoeken van de motiveringen die de rechter gebruikt ter onderbouwing van zijn afdoening in zaken met een weigerende verdachte.
woensdag 5 december 2012
zondag 14 oktober 2012
433. Doelbereik van de pilot BIJ
Onderzoek van Regioplan Beleidsonderzoek naar de pilot Bestuurlijke Informatievoorziening Justitiabelen (BIJ) (juni 2012, 90 pagina's). In deze pilot worden burgemeesters geïnformeerd over de terugkeer van ernstige gewelds- en zedendelinquenten in hun gemeenten ten behoeve van het inschatten door de burgemeester van het risico dat als gevolg van deze terugkeer verstoringen van de openbare orde in zijn gemeente plaats kunnen hebben, zodat zo nodig passende maatregelen kunnen worden genomen om de openbare orde te handhaven. Deze (te) lange zin is een quote uit de nota van toelichting bij het besluit waarin de juridische basis voor deze 'robuuste en generieke' gegevensverstrekking werd geregeld in artikel 11a van het Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens (zie Stb. 2011, 314).
Conclusie van de onderzoekers over het doelbereik van BIJ:
"Samenvattend concluderen we dat de BIJ-informatiestroom goed vorm heeft gekregen. De informatie zorgt voor een versterking van het overleg met ketenpartners en verbetert de informatiepositie van burgemeesters. Daardoor kunnen burgemeesters zich (beter) voorbereiden op eventuele problemen en, indien nodig, maatregelen treffen om deze te voorkomen. Niet alle burgemeesters achten hun bevoegdheden toereikend om maatregelen te kunnen nemen. Mogelijk zijn hierin verbeteringen aan te brengen door een intensiever overleg met het Openbaar Ministerie over het opleggen van voorwaarden bij de invrijheidsstelling en bij verlof. Een belangrijk bijverschijnsel van BIJ is dat burgemeesters ook verantwoordelijk dreigen te worden voor het voorkomen van recidive door terugkerende ex-gedetineerden, hetgeen niet de bedoeling van BIJ is, maar in de praktijk moeilijk tegen te gaan is. Ten slotte blijkt uit de evaluatie van de pilot dat de aansluitvoorwaarden van de pilot door veel gemeenten minimaal worden nageleefd: er wordt niet altijd teruggekoppeld naar het KLPD, accountantscontrole blijft in alle gemeenten achterwege en bijzondere persoonsgegevens worden in de uitvoeringspraktijk ruimer gedeeld dan volgens de regels is toegestaan."
Conclusie van de onderzoekers over het doelbereik van BIJ:
"Samenvattend concluderen we dat de BIJ-informatiestroom goed vorm heeft gekregen. De informatie zorgt voor een versterking van het overleg met ketenpartners en verbetert de informatiepositie van burgemeesters. Daardoor kunnen burgemeesters zich (beter) voorbereiden op eventuele problemen en, indien nodig, maatregelen treffen om deze te voorkomen. Niet alle burgemeesters achten hun bevoegdheden toereikend om maatregelen te kunnen nemen. Mogelijk zijn hierin verbeteringen aan te brengen door een intensiever overleg met het Openbaar Ministerie over het opleggen van voorwaarden bij de invrijheidsstelling en bij verlof. Een belangrijk bijverschijnsel van BIJ is dat burgemeesters ook verantwoordelijk dreigen te worden voor het voorkomen van recidive door terugkerende ex-gedetineerden, hetgeen niet de bedoeling van BIJ is, maar in de praktijk moeilijk tegen te gaan is. Ten slotte blijkt uit de evaluatie van de pilot dat de aansluitvoorwaarden van de pilot door veel gemeenten minimaal worden nageleefd: er wordt niet altijd teruggekoppeld naar het KLPD, accountantscontrole blijft in alle gemeenten achterwege en bijzondere persoonsgegevens worden in de uitvoeringspraktijk ruimer gedeeld dan volgens de regels is toegestaan."
Abonneren op:
Posts (Atom)

